
Onrustig Apeldoorn
Station Amersfoort, op het perron voor de trein naar Apeldoorn.
Een rimpelig mannetje, maar zorgvuldig gekleed. Mosgroen kostuum van enigszins gedateerde snit, geel overhemd, blauwe gebloemde das. Heftig glimmende zegelring op een vinger, een gouden kettinkje zorgvuldig over de stropdas gedrapeerd, een bruin hoornen bril met goudkleurige pootjes.
Als ik eraan kom staat, wandelt, gesticuleert hij bij een bankje met drie dames en een herdershond. Twee dames en de hond kijken de andere kant uit, hebben geen zin in een conversatie. De derde dame zegt weinig meer terug dan "ja, ja", "ja, inderdaad" of "goh", terwijl het mannetje zeer zijn best doet de conversatie gaande te houden.
Niet dat hem dat veel moeite kost. In plat Amsterdams vertelt hij dat hij inmiddels dertig jaar in Apeldoorn woont, maar dat het geen Amsterdam is.
"Je komt er niet tussen, hè? En niet alleen als Amsterdammer, maar ook als je uit Groningen komt, of uit Limburg."
De dame knikt hem begrijpend toe.
"Je gaat daar wonen, en je wil gewoon je rust, hè?"
Hoofdknikje.
"Maar dat begríjpen ze niet. Altijd herrie, met die kinderen."
"Ja, goh", antwoordt de dame.
"Maar die mensen zelf ook, alsmaar kwekken, kwekken, kwekken", ratelt hij verder.
De andere dames blijven hardnekkig een eigen conversatie op gedempte toon voeren.
"En je komt er gewoon niet tussen, hè? Ik woon er toch al dertig jaar."
Geen reaktie.
"En maar kletsen, hè, en maar kletsen."
Maar goed dat die Amsterdammers wat ingetogener zijn....
