
Niet alleen proefballonnetjes zijn door te prikken
Vanavond was Theo van Gogh te gast bij het NPS-radioprogramma Kunststof. Van Gogh, die doorgaans wordt omschreven als beroepsprovocateur, maar feitelijk tegenwoordig niet meer is dan een weinig serieus te nemen joker met borrelpraat, bracht weer een fraai staaltje "Drogredeneren voor beginners" te berde.
Het programma was amper begonnen of hij riep al:"Ik ken geen islamitische landen die democratisch zijn!"
Daar is eenvoudig doorheen te prikken met het antwoord dat er ook geen democratische christelijke staten zijn. Eenvoudig voorbeeldje is de ultieme christelijke staat: Vaticaanstad.
Kenmerk van democratie is immers ook dat de kerken en hun bestuurders in het ideale geval feitelijk geen invloed hebben op de politieke besluitvorming. In het uiterste geval is, zoals in ons land, sprake van een formele scheiding van kerk en staat. Zodra geestelijken formele invloed hebben in het landsbestuur is er immers geen sprake meer van een democratie, maar van een theocratie.
De bedoeling van Van Gogh en de islam-bashers in Nederland is natuurlijk wel duidelijk: de islam is de eerste groep waarvan een vijand gemaakt moet worden om zodoende weer ouderwets je wil te kunnen opleggen aan anderen.
Misschien is het zinvol deze discussies iets te nuanceren en niet langer te spreken over de moslims? De moslim bestaat net zo min als de christen. In beide groepen zijn redelijke, genuanceerde mensen te vinden, maar ook onredelijke, ongenuanceerde figuren. Om een paar van die voorbeelden uit de christelijke hoek te nemen: daar loopt het van velen die de Bijbel hanteren als inspiratiebron om anderen te helpen in christelijke en niet-christelijke charitatieve instellingen tot de griezels die wel alle publiciteit krijgen, zoals Jenny Goeree.
Onder moslims is dit niet anders. Ook daar zijn onverdraagzame, ronduit enge figuren te vinden, maar ook mensen die de islam hanteren als leidraad voor een goed en verdraagzaam leven.
In veel gevallen wordt de islam gebruikt om onverdraagzame standpunten erdoor te drukken, maar dat is in christelijke kringen ook niet ongebruikelijk. Uiteindelijk gaat het erom wat je als gelovige met dat geloof doet, en niet meer dan dat.
Een moslim die de scheiding van kerk en staat onderschrijft dient derhalve met dezelfde égards behandeld te worden als een christen, boeddhist, hindoe of wat voor gelovige dan ook. Juist de veronderstelling dat de moslim zou bestaan, maakt dat de discussies steeds weer verzanden in welles-nietes spelletjes. De samenstelling van onze kabinetten schijnt steeds zo belangrijk te zijn. Misschien is het een idee dan eens een keer een moslim te benoemen?
