
Omerta
De afgelopen weken zijn de bijbanen van journalisten heel wat keren onderdelen van reportages en krantenartikelen geweest.
Het begon met de redactie van Reporter die een lijst van bijklussende journalisten publiceerde. Merkwaardig genoeg is overigens de redactie van het programma wel in staat geweest de informatie los te krijgen maar blijkt het omroepbestel te log om er snel een mooie televisiereportage van te maken.
Vervolgens kwam NRC Handelsblad er overheen met het nieuws dat Journaallezers Gijs Wanders en Anette van Trigt stevig bijklusten bij het UWV, de uitkeringsinstantie die afgelopen jaar onder andere in het nieuws was over grote budgetoverschrijdingen bij de bouw van de nieuwe kantoren van de directeuren. Wanders maakte het daarbij wel heel bont: bij het Journaal verdient hij zo'n 60.000 euro per jaar, bij het UWV maar liefst 100.000 euro per jaar aan allerlei leuke klusjes.
De voorzichtige reacties van collega-journalisten laten twee mogelijkheden open: ofwel er wordt erg veel bijgeklust, ofwel het wordt niet gepast gevonden om collega's stevig aan te pakken. In allebei de gevallen heeft de journalistiek in Nederland een flink probleem.
Bijklussen of schnabbelen - termen waar veel van de typische schnabbelaars bezwaar tegen hebben, het zijn nevenwerkzaamheden, vinden zij - is duidelijk iets anders dan een incidentele freelancer die nu eenmaal met veel verschillende klussen zijn brood moet verdienen. Daarbij is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om iemand in te huren die onafhankelijk staat ten opzichte van de opdracht. Dat ontslaat de freelancer in kwestie niet van een beoordeling wat wel of niet passend is, maar de grenzen liggen toch anders.
Iemand die in vaste dienst is bij een omroep, een krant of een tijdschrift of voor het publiek overkomt als vaste medewerker - de omroep is dol op freelance-contracten voor tien maanden - zal er rekening mee moeten houden dat zijn of haar betrouwbaarheid staat of valt met het beeld dat zijn werkzaamheden oproepen.
Mag die medewerker dan niets bijklussen? Natuurlijk wel. Ongetwijfeld zullen er twijfelgevallen voorkomen, maar het is toch niet zó moeilijk om te bedenken wat in elk geval níet kan.
Wanneer je, zoals Wanders, elders méér verdient dan bij je eigenlijke werkgever en je kunt met die opdrachtgever te maken krijgen bij je werk, dan ben je zodanig afhankelijk van die opdrachtgever dat echte objectiviteit domweg niet meer mogelijk is. Wanneer je dat, zoals Wanders, ondanks de clausule in je contract niet meldt bij die werkgever kan er volgens mij maar één conclusie zijn: Wanders kan niet meer functioneren als boegbeeld van het journaal. Ik kan in de toekomst Wanders geen bericht over het UWV meer zien voorlezen zonder me af te vragen wat hij er van zou vinden dat hij het moet voorlezen en wat hij bij negatieve publiciteit bij het UWV daarover zou zeggen.
Een journalist heeft een aantal specifieke kwaliteiten die prima van pas kunnen komen bij allerlei andere werkzaamheden. Maar in hoeverre zijn die ook te gebruiken?
Veel journalisten treden regelmatig op als dagvoorzitter op een congres. Hun ervaring als interviewer kan een levendige en toch redelijk overzichtelijke discussie bewerkstelligen. De betreffende journalist hoeft echter zelf geen standpunten in te nemen - standpunten die kunnen conflicteren met latere vragen in interviews.
